Social Icons

twitterfacebookgoogle pluslinkedinrss feedemail

De verbinding van Balgoy met Keent: Van Molenweg naar Hoeveweg

Alweer meer dan 25 jaar woonachtig in Balgoy aan de Hoeveweg of "op de Hoeve". Uitzoeken waar die naam vandaan komt en wanneer precies de naam "Hoeveweg" aan de straat werd gegeven staat nog op mijn to-do-lijstje, maar met die laatste verwijzing "op de Hoeve" lijkt het voor de hand dat "de Hoeve" al eerder bestond dan de Hoeveweg. Nadat ik pas geleden op een werkvond van Pagus Balgoye dit onderwerp besprak, kwam 's avonds al een reactie van mijn buurman en medelid van Pagus Balgoye. Een e-mail met een plattegrond die dateerde uit 1866 (1).
Ontwerp ter verbetering der rivier de Maas onder Balgoij (1866)

In het Balgoy uit die tijd heette volgens deze plattegrond het land ten oosten van de Herreweg "de Lumtte" (nu bekend als de Luumpt) en tussen de Herreweg en Molenweg "de Hoeve". De Molenweg is wat nu de Hoeveweg heet en deze Molenweg verbond Keent en Balgoy, die een hoge vrije heerlijkheid vormden en die te zamen een kerspel en een rechtsgebied uitmaakten (2). In deze bron wordt weliswaar gesproken over Molenstraat, maar dit moet een vergissing zijn. Op een kadastrale kaart uit ca. 1830 is dit nog duidelijker te zien (3). De Molenweg vormt de verbindingsweg tussen de dorpskernen van Keent en van Balgoy. De kern van Balgoy was in die tijd gesitueerd rondom de toenmalige kerk (nu de Oude Toren).
Detail kadastrale kaart 1811-1832: verzamelplan Balgoij, Gelderland (MIN05015VK1)

De naam Molenweg was te danken aan de Molen die aan de Maasbandijk was gelegen net voordat de dorpskern Keent begon (4). Volgens de molendatabase was er al een molen op die plek in 1730 of zelfs eerder. Op de kadastrale kaart uit 1811-1832 staat dat het een windkorenmolen betrof. Een korenmolen van het type standerdmolen, in 1908 door brand verwoest, weer opgebouwd en na 1937 gesloopt, omdat door de maaskanalisatie de functie verloren was gegaan. De molen was in de 20e eeuw eigendom van Lambertus Broeren, die woonde op de toen genaamde Hoeveweg, nu genaamd oude Maasweg. Broeren maalde voor boeren uit Keent roggemeel wat gebruikt werd voor varkensvoer en uiteraard ook ander meel voor bakkers uit de omgeving. Zo ook voor de opa van Arno van Zwam, die met zijn grote gezin naast de molen en molenwiel woonde. Zijn woning (boerderij) bezat een bakhuisje en hij bakte daar voor Keent het brood af. Het geknede deeg werd in bussen door Broeren aangeleverd en de opa van Arno kneedde er nog een beetje aan voordat hij het in het bakhuis afbakte. Het vuur stookte hij met snoeihout van de meidoornhagen die nog steeds in Keent te zien zijn (5).
Wie woonde er nog meer in de Hoeveweg in die tijd (6)? Misschien ook wel een interessante vraag voor de vele nieuwe bewoners van de straat. Een stukje geschiedenis van de plek waar je woont willen de meeste mensen wel weten. Hiervoor werd het bevolkingsregister van de gemeente Overasselt periode (1924 – 1931) in het Regionaal Archief te Nijmegen geraadpleegd. Het bevolkingsregister bestaat uit 10-jarige tabellen met daarin de inwoners van de gemeente geregistreerd op huisnummer. Bovendien is opgetekend wanneer zij in de betreffende periode zijn gevestigd of wanneer zij zijn vertrokken. De onlogische begindatum (1924) wordt verklaard door het feit dat op 1 mei 1923 de gemeente Balgoy en Keent haar zelfstandigheid opgaf en werd gevoegd bij de gemeente Overasselt. Als huisnummer is de nummering aangehouden zoals die door de gemeente Overasselt werd ingevoerd in de zomer van 1928 (juli/augustus). De huisnummers zijn ingetekend op een landkaart van die periode. Deze kaart is weer als overlay gebruikt op een Google Earth luchtfoto met datering 2006.
Op C85 woonde molenaar Broeren
Op C86 Petrus de Bruijn, die enkele jaren later moest wijken voor
de maaskanalisatie en naar de Herreweg verhuisde
Op C87 woonde Hend Stevens
Een stukje verderop aan de Maasbandijk woonde het gezin van Peter van den Boogaard
Op C90 woonde het gezin Adrianus Arts
C92 was schuin tegenover C90 en werd bewoond door Gerardus Walk

Op C94 woonde de familie Rossen; de foto is van achter het huis gemaakt,
want links ervan is heel mooi de "nieuwe" kerk te zien
Tegenover de familie Rossen woonde de familie Dinnissen op C95
Op C96 was ook een kruidenierswinkeltje gevestigd in die tijd


Het huis op C100 werd in die tijd bewoond door 2 broers en een zus;
later in 1955 werd het gekocht door mijn schoonouders en nu woon ik er


Er zijn natuurlijk heel veel feiten met betrekking tot de Hoeveweg die we op dit moment nog niet kennen. Gebeurtenissen, activiteiten, gebouwen en mensen die er geleefd en gewerkt hebben, bijvoorbeeld het veerpont dat tussen Keent en Balgoy voer na de maaskanalisatie en van de maaskanalisatie zelf?

De veerpont voer tot eind 1944, daarna werd een roeiboot ingezet
Wanneer werd de naam Hoeveweg ingevoerd en was het niet meer Molenweg? De geschiedenis van het café, dat halverwege de dertiger jaren werd gebouwd tegenover de kerk. De kerk die in 1914 werd gebouwd; waarom op die plek? De geschiedenis van het postkantoor dat er nu niet meer is.
In de periode dat bovengenoemde mensen in de Hoeveweg woonden, in 1927 om precies te zijn, werd er ook een school gebouwd in de Hoeveweg (7). De reden van het bouwen van deze school en waarom op die plek, toentertijd halverwege de Hoeveweg (of Molenweg) is mij (nog) niet helemaal bekend. Wellicht was de lokatie zo gekozen, omdat ook de kinderen uit Keent naar die school gingen. Het jaartal 1927 is niet helemaal zeker, omdat op de website van "huis van de Nijmeegse geschiedenis" 1914 wordt genoemd (8). In 1964 werd de school gesloten en niet lang daarna afgebroken. De kinderen gingen naar de nieuwe Roncallischool aan de Boomsestraat. De lagere school aan de Hoeveweg is zeker ook een stukje Balgoyse geschiedenis waar nog meer over te vertellen en schrijven valt.
Kinderen uit Balgoy en Keent in de dertiger jaren op de Hoeve met op de achtergrond de "nieuwe" kerk
en de school achter de boerderij van de familie Arts

Bron:
(1) Uit 1866 daterende kaart uit archief Pagus Balgoye betreffende de maaskanalisatie.
(2) Het Rijk van Nijmegen. Westelijk gedeelte (1982) – A.G. Schulte, bladz. 287
(4) http://www.molendatabase.org/ (nummer=3684)
(5) Arno van Zwam in: "de standerdmolen van Keent" van Jeroen Arts, Brabants Historisch Informatie Centrum
(6) “Wie woonde waar in Balgoy en Keent ten tijde van de maaskanalisatie” (2010) Piet van Erp, Werner Peters
(7) "75 jaar Kerkkroniek Balgoy" (1989) Wim Verhoeven
(8) Gemeente Balgoij en Keent https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Gemeente_Balgoij_en_Keent

Het beste reclamebord voor het dorp

Mariken van Nieumeghen was even terug in Balgoy (Foto: Leo Bijmans)
“Het beste reclamebord voor het dorp” zo typeerde burgemeester Hans Verheijen mij donderdagavond 29 september in dorpshuis 't Ballegoyke. Wat was er aan de hand?
Het was een doordeweekse dag, dus niks wees erop dat er iets speciaals zou gebeuren. Na een drukke dag op het werk ging ik snel naar huis, want dochter en kleinkinderen waren een dagje thuis. Snel eten en dan toch nog even naar het dorpshuis voor een korte vergadering met Pagus Balgoye - agendapunt was Mariken van Nieumeghen terug naar Balgoy - en daarna even naar de repetitie van harmonie Kunst en Vriendschap.
Verrast in de Jan Gerritszaal
van het dorpshuis
(foto: Werner Peters)
Zilveren Draagspeld van de
gemeente Wijchen

Het liep allemaal anders! Als je na de korte vergadering in de vergaderruimte van 't Ballegoyke naar de Jan Gerritszaal wordt geloodst sta je eensklaps oog-in-oog met burgemeester Hans Verheijen, je familie en heel veel Balgoyse mensen. 

Perplex en stom verbaasd luister je naar alle complimenten en mooie woorden over inzet voor de Balgoyse verenigingen en gemeenschap. Dan krijg je de Zilveren Draagspeld van de gemeente Wijchen opgespeld en begin je je een beetje te realiseren wat er gebeurd.


(Foto: Werner Peters)
(Foto: WijchensNieuws.nl)
Je probeert een kort dankwoord uit te spreken, waarna harmonie en drumband een mooie serenade brengen. Tenslotte wordt je overstelpt met complimenten en felicitaties. Dank je wel iedereen. Het was geweldig!
Voor meer info zie de website van WijchensNieuws of kijk naar een videoimpressie van de Wijchense Omroep.


Oh ja..... en of het bezoek van Mariken nog een vervolg krijgt is te lezen in
de Gelderlander van zaterdag 1 oktober (Streekeditie Wijchen-Beuningen).


Wilhelmus van Erp - Tweede burgemeester van Geffen en eigenaar van molen de Vlijt

Willie van Erp (links) en
zoon Arnout laten de kaft
van hun nieuwe boek zien.
Mijn broer Willie en zijn zoon Arnout hebben in de afgelopen drie jaren zoveel informatie verzameld over Wilhelmus van Erp, een van onze voorvaderen, dat ze besloten er een boek over te schrijven. Wilhelmus (1802 - 1883) was de tweede en langstzittende burgemeester van Geffen, en eigenaar van molen De Vlijt. Geffen is het Brabantse dorp waar ik geboren ben en meer dan twintig jaar van mijn leven heb gewoond. 
Wilhelmus van Erp werd in 1833 benoemd tot burgemeester van Geffen. Zijn leven en regeerperiode vielen midden in een tijdvak tussen de Franse Revolutie (1789) en het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914). In deze periode ontwikkelde de wetenschap en technologie zich met rasse schreden, wat zorgde voor een materialistische levensbeschouwing en een geloof in de vooruitgang. Toch was hiervan nog niet veel te merken op het Brabantse platteland. Armoede was dan nog steeds de standaard. Het onderwijs was nog slecht en zeker niet toegankelijk voor alle kinderen. Burgemeester, pastoor, notaris, dokter en enkele andere notabelen hadden het voor het zeggen. In Geffen, en op het Brabantse platteland in het algemeen, was het een tijd van traditie en stilstand, of een heel langzame vooruitgang in sommige sectoren. In 1862 beëindigde Wilhelmus van Erp zijn burgemeesterschap. In het boek worden zijn leven en werk beschreven aan de hand van aktes en ander schriftelijk bewijs. Hij kocht in 1864 molen De Vlijt en ook het hele verhaal van deze molen met al zijn eigenaren wordt in het boek beschreven.
Geffen 1880: midden molen De Vlijt, links De Zeldenrust (1).
In 1883 overleed Wilhelmus van Erp in Geffen op 80-jarige leeftijd. Hij was niet meer ‘bij zijn verstand’. Tijdens het leven van Wilhelmus heeft Geffen toch wel een ander gezicht gekregen. Het centrum van het dorp is vanaf “De Heuvel” naar de Molenstraat verplaatst met de in 1840 gebouwde burgemeesters-woning en het in 1856 opgerichte gemeentehuis en plein, genaamd ’t Dorp. In 1876 verplaatste Wilhelmus van Erp molen De Vlijt vanaf de Papendijk naar een perceel naast zijn burgemeestershuis. Samen met molen De Zeldenrust, eveneens gesitueerd aan de Molenstraat, vormde dit het nieuwe beeld van Geffen aan het einde van de negentiende eeuw.
Het boek geeft een prachtig tijdsbeeld van een Brabants dorp in de periode 1800 - 1900, zeker niet alleen interessant voor familie en Geffenaren. De auteurs hechten aan een feitelijk relaas, goed onderbouwd met originele documenten, aktes, kadasterkaarten en foto’s, historisch en genealogisch verantwoord dus. 
Dit was al het uitgangspunt vanaf het allereerste begin van onze genealogische zoekacties. Het begon in 1989 toen mijn vrouw Ans met de wetenschap dat haar opa Piet Jans uit Escharen kwam, op zoek ging naar meer genealogische informatie in het streekarchief in Grave. Ook ik werd nieuwsgierig en niet veel later werd begonnen met de stamboom van van Erp uit Geffen en was ik regelmatig in het BHIC in Den Bosch te vinden. Vanaf 1989 werd de gevonden informatie gedeeld op genealogieonline. Iets meer dan vier jaar geleden stapte ik over op MyHeritage om de gevonden gegevens weer te geven en te beheren; deze genealogische database en website is alleen toegankelijk voor leden. Het betreft niet alleen de van Erp stamboom, maar de database bevat meerdere gelinkte stambomen met o.a. de namen Jans, van Overbeek, Elbers en van de Koolwijk, in totaal meer dan 4000 personen met veel foto's, aktes en andere genealogische documenten. Arnout ziet de genealogische verzameling als een uitdaging en gaat de stamboom van onze van Erp familie verder invullen en wordt mede beheerder van de Myheritage website. Het duurt niet lang of Arnout stuit op Wilhelmus van Erp, de zoon van Joannes van Erp. Joannes is een broer van Adrianus van Erp, onze stamvader en de zoon van Jan Rutte van Erp. Hij vraagt zijn vader hem te assisteren.
Deel van de stamboomgegevens (2) waarin de relatie wordt aangegeven tussen de verschillende Geffenaren met de achternaam van Erp. Vele Geffenaren met de achternaam Van Erp zijn familie. Niet alleen onze stam (met de bijnaam ”Corrie”), maar ook de bijnamen als “Smid” en “Zouaaf” zijn rechtstreekse afstammelingen van Jan Rutte van Erp.
Cornelis (Corrie) van Erp met
echtgenote Johanna Hermes
rond 1920
Winkeltje met kruidenierswaren
en zuidvruchten in de Kloosterstraat (3)
Piet en Lena van Erp van Tuijl voor
hun winkel in de Kloosterstraat in 1959
Waar komt die interesse in onze voorvaderen vandaan? Of beter gezegd vanwaar onze belangstelling in de kennis van de eigen omgeving, de Brabanders, de gebruiken en heemkundig waardevolle overblijf-selen. Ik denk dat het met de paplepel is ingegeven door de generaties voor ons. We zijn opgegroeid en opgevoed met "buurten" en verhalen vertellen. Horeca is een goede voedingsbodem en we stammen af van een familie met een lange horeca historie. Het café tegenover de kerk wordt door menig Geffenaar "De Gover" genoemd. Onze voorvaderen, Jan Rutte van Erp, zoon Adriaan van Erp en diens kinderen en kleinkinderen, zijn de oudst bekende uitbaters van deze horecagelegenheid (4). Mijn opa en naamgenoot Piet van Erp, Piet "de Corrie" (zoon van Cornelis van Erp) had een winkeltje midden in Geffen in de kloosterstraat met kruidenierswaren en zuidvruchten. Nadat opa was gestopt met de winkel zijn ome Frans en ome Toon nog lang doorgegaan met verkoop aan huis, eerst met paard en wagen en later ome Toon nog met een klein soort "SRV-wagen". In de winkel gingen verhalen uit het dorp over de toonbank en voor de winkel werd veel "gebuurt". Ome Albert had later o.a. een café (Nooit Gedacht) in Oss waar mijn vader Jan van Piet de Corrie regelmatig ging oberen. Ome Harrie en ome Kees werkten bij "de Post" en mijn vader en ome Frans waren duivenmelkers. De Corries zijn een hechte familie, met een lange traditie van verhalen vertellen over de Geffense mensen en hun gebruiken. Wie de familie kent, wie Willie of Arnout kent, weet ook dat ze nooit als eerste naar huis gaan als ze aan het buurten slaan.

De boekpresentatie, in samenwerking met Heemkundewerkgroep Vladerack, zal plaatsvinden op zaterdag 21 mei van 14.00 tot 16.00 uur bij molen De Vlijt in Geffen, met muzikale ondersteuning van blaaskapel De Pompzwengels.
Daar vindt u een inkijkexemplaar en kunt u inschrijven voor het boek dat € 15,50 zal gaan kosten. Bij voorinschrijving betaalt u slechts € 13,50.
Graag nodigen wij u uit om er een gezellige middag van te maken. De molenaars van molen de Vlijt zullen bij genoeg wind de molen laten draaien.

Bronnen:
(1) Geffen in oude ansichten, G.H.J. Ulijn, 1971, Zaltbommel.
(2) www.vanerp-jans.myheritage.com
(4) Een pot nat. De historie van de Geffense horeca van 1840 tot 2010, Ruud Verhagen, 2010, Geffen

Het boeren zit ze in de genen - de familie Jans in Mill, Escharen en Balgoy van 1632 tot heden

Begin vorige eeuw, om precies te zijn op 6 mei 1910, trouwde Petrus Johannes (Piet) Jans uit Escharen met Johanna Arnolda (Hanna) Kersten uit Balgoy. Zij trouwden in op de boerderij aan de Torenstraat in Balgoy van de ouders van Hanna Kersten, Hendrikus Kersten en Elizabeth de Bruijn, die er vanaf 1876 hadden geboerd.
De boerderij van Frans Jans (kleinkind van Piet Jans) en Petra van Uden aan de Torenstraat in Balgoy.
Insert: Piet Jans en Hanna Kersten in 1960 toen ze 50 jaar getrouwd waren.
Vijf generaties "Jans" in Mill
Om te begrijpen hoe Piet Jans in Balgoy terecht kwam, zullen we beginnen bij de oudste stamvader die we gevonden hebben en de stamreeks volgen. Een stamreeks is een genealogisch overzicht van de afstammingslijn tussen een bepaalde voorouder en een nakomeling, vaak in mannelijke lijn. Hiervoor gaan we allereerst naar Mill, Noord-Brabant. Anthonius Nelissen werd daar rond 1632 geboren en trouwde met Johanna Jacobs. We hebben twee zonen van hen kunnen vinden. Een van deze twee kinderen, Joannes Theunissen trouwde met Wendel Kerstens in 1695 en van hen hebben we vier kinderen kunnen vinden. De derde generatie is Willebrordus Jans en Maria Jans van Dijck, getrouwd in 1718 en zij hadden bijna zeker twaalf kinderen. Joannes Wilbers was een van de twaalf en hij trouwde met Maria Jans Diependaal in 1746, nog steeds in Mill en zij kregen acht kinderen. Maria Jans Diependaal was al eerder getrouwd met Johannes van Sambeeck waarmee ze twee kinderen had.
Handtekenening Jan Wilberts (Joannes Wilbers) onder huwelijkscontract
Vanwege dit eerdere huwelijk werd er een huwelijkscontract opgesteld en hierdoor hebben we ook de handtekening van Joannes Wilbers. Maria Jans Diependaal kon blijkbaar niet schrijven en tekende met een "kruis".
Hun zoon Godefridus Jans werd geboren in 1749 en was de laatste voorvader uit Mill.
Inschrijving van Godefridus in het doopboek van Mill
Godefridus trouwde met Geertruda van Raaij uit Escharen. Dit moet zijn geweest tussen 1790 en 1793, maar hierover is tot nu toe niets te vinden in de DTB registers van Escharen of de regio. Hij trouwde in in de ouderlijke boerderij van Geertruda, waar zij samen woonde met haar moeder die al weduwe was. Dit was op de Lage Heide.
Godefridus Jans verhuisde naar Escharen,
naar de Legeheij (Lage Heide).
Geertruda kreeg samen met Godefridus drie kinderen. De oudste was Johanna, die in een akte die we gevonden hebben staat omschreven als “onwijs”. In de overlijdensakte staat dat ze geboren is in Escharen en dat ze drieënveertig jaar oud is geworden. Dit betekent dat ze waarschijnlijk in 1794 geboren is, maar net als de huwelijksakte van haar ouders is een doopbewijs niet te vinden. 
Als tweede werd Henricus geboren in 1796. Hij is een van onze voorvaderen. Hij werd later de wettelijke voogd over Johanna. Tenslotte werd in 1798 Petronella geboren. 
In 1799 overleed Geertruda op drieënveertigjarige leeftijd. Zij werd niet in Escharen begraven, maar in het naburige Reek, waarschijnlijk omdat het kerkhof in Escharen onder water stond (door de Beerse overlaat?). Het kan ook zijn dat ze is verdronken (zie onderschrift bij de tekst in het begraafboek van Reek uit 1799).
1799 die 15 Februarii vite munita(=voorzien va ziekenzalving?) obit(=is gestorven) in Eschaare Gertrudis van Roij et ob(is overleden?) inundantiam(=onderwaterzetting?) aquaram(=door water?) hie sepelitur(=begraven) 19 ejsdern?
In 1802 gebeurde er iets belangrijks voor Godefridus. Zijn broer Peter werd ziek en overleed. Op zijn ziekbed maakte Peter een testament, waarin hij Godefridus als enige erfgenaam benoemde. Dit bleek een behoorlijke som geld en onroerende goederen, waaronder een boerderij in Escharen, de Bolt genoemd.
Godefridus verhuisde naar de Bolt. Het bakhuis stamt nog uit
die tijd, maar de boerderij werd in 1917 helemaal herbouwt.
We weten niet precies wanneer Godefridus verhuisde naar de Bolt. We weten wel dat Catrin van den Heuvel Jacobs, zijn schoonmoeder, overleed in 1806 en dat er in de Schepenbank een akte is met een boedelscheiding, waarin de ontroerende goederen van de Lage Heide verdeeld worden. Daarna is hij in ieder geval verhuisd naar de Bolt.
Godefridus had zeker aanzien in Escharen, want hij was Schepen, wat je tegenwoordig raadslid zou noemen en wordt veel genoemd in de Schepenbank van Escharen in die periode. Hij overleed in 1814. Na zijn overlijden erven de kinderen de Bolt. 2/3 voor zoon Henricus, omdat hij ook het erfdeel van zus Johanna beheert en 1/3 voor Petronella.
Overlijdensakte van Godefridus Jans uit de zeer jonge, nog Franse, Burgerlijke Stand van Escharen in 1814.
Henricus, Hendrik was zijn roepnaam, trouwde met Johanna van Beusekom op 18 mei 1823. Op dezelfde dag trouwde ook zijn zus, Petronella, met Gerardus Jans. Allen waren afkomstig uit Escharen en allemaal afkomstig uit boerenfamilies. Ze bleven wonen op de Bolt. Daar werden zeker vijf van de acht kinderen van Hendrik geboren.
Volgens het kadaster heeft Willem van Beusekom, zijn schoonvader, die woonde op een boerderij op Kouwenhuizen, zijn perceel kadastraal sectie G nummer 42 in 1834 in tweeën gesplitst. Op het nieuwe perceel sectie G nummer 163 bouwt Henricus een nieuwe boerderij. Op 13 oktober 1834 wordt de woning “deugdelijk verklaard” en verhuist hij waarschijnlijk snel daarna van de Bolt naar Kouwenhuizen.
Kouwenhuizen lag in het gebied van de voormalige Generaal de Bons-kazerne. Op  de Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Escharen, Noord Brabant, sectie G, blad 01 (rechtsboven, ) is de locatie aangegeven van de splitsing. In die tijd had het perceel nog nummer 42. Op de kadastrale hulpkaart uit 1834 is te zien waar de nieuwe boerderij van Henricus Jans werd gebouwd.
Op de kadastrale hulpkaart uit 1834 is te lezen dat perceel sectie G oud nummer 42 wordt gesplitst in nummer 162 nog steeds van Willem van Beusekom en nummer 163 van Hendricus Jans. 
Op Kouwenhuizen werd in 1838 Joannes Jans geboren, onze volgende voorvader.
Van beroep was Johannes landbouwer. Dat is ook te lezen in een afschrift van de Nationale Militie, wat als huwelijkse bijlage te vinden was bij de huwelijksakte van Johannes en Gijsberta van der Burgt. Hierin staat dat hij in 1857 opgeroepen zou worden, maar een plaatsvervanger werd gesteld, die 5 jaar heeft gediend. Wat we verder weten uit een rapport van de Nationale Militie is dat Johannes in 1856 werd gekeurd en in het keuringsrapport wordt vermeld dat hij een gezonde slanke jongeman is van 1 m 70, een smal gezicht heeft, grijze ogen en een grote neus. Hij werd daarna opgeroepen om dienst te nemen, maar hij is de dag van de opkomst niet verschenen. Er gingen een paar maanden overheen, waarna hij een aanmaning kreeg dat als hij op een bepaalde datum niet zou verschijnen, hij opgehaald zou worden. Hij heeft het toen afgekocht. Je kon in die tijd een beroepsmilitair betalen, die dan de dienstplicht voor jou vervulde. In dit geval was dat een man uit Breda.
Joannes trouwt in 1866 met Gijsberta Hermina van der Burgt uit Escharen, ook weer een boerenfamilie. Hij trouwt in bij zijn schoonmoeder, Sebastiana Poos die weduwe is. Het adres is Kerkenhoek 147.
Escharen, Kerkenhoek 147. Waarschijnlijk is deze foto gemaakt op maandagmiddag want 's maandags was het wasdag. Achter het Gemeentehuis hangt het wasgoed aan de lijn en in de tuin liggen de lakens 'op de bleek' (Foto's gemaakt door Willie Blom vanuit de kerktoren in 1948, www.estersheem.nl)
Boerderij Hoog Esteren
Op de Kerkenhoek 147 werden twee van de dertien kinderen geboren. Daarna worden er zes kinderen ingeschreven als geboren aan de Hekkens, wijknummer 173. We hebben nog niet kunnen achterhalen waar dat precies is, want in Escharen zijn minstens 5 plekken die de Hekkens heten. De Hekkens kan een aanwijzing zijn dat er vroeger op die plek tol werd geheven. Nummer 9, Johannes Petrus werd geboren op Kerkenhoek 186 in 1879.
Uit het bevolkingsregister van Escharen van 1870 tot 1880 blijkt dat Johannes Jans binnen die periode is verhuisd naar een boerderij die eerst werd bewoond door Hendricus Cuppen. Verder zijn er kadastrale gegevens dat dit een woning betreft ten zuiden van het dorp Escharen op de Bullen, die Hoog Esteren heet. 
Hulpkaart Kadaster Escharen 1881,
opgemaakt en deugdelijk
verklaard 30 mei 1880.
Opvallend is dat uit kadastrale gegevens blijkt dat de boerderij in 1880 grondig is aangepast. Een grote schuur werd afgebroken, het woonhuis werd verbouwd en er werd een karnmolen aangebouwd. Dit zou kunnen duiden op de verhuizing. Op 10 juni 1880 wordt kind nummer tien, zoon Petrus Johannes (Piet) Jans, geboren en in de doopakte van de Burgerlijke stand van Escharen staat vermeld dat hij geboren is op Hoogesteren. Ook opvallend is dat in datzelfde jaar de boerderij op de Bolt werd verbouwd en ook daar werd een nieuwe karnmolen gebouwd. Zoon Piet Jans blijft op boerderij Hoog Esteren wonen tot hij in 1910 trouwt en naar Balgoy verhuisd. 

Vier generaties "Jans" in Escharen.

Piet Jans en Hanna Kersten kregen in Balgoy elf kinderen, waarvan er zeven volwassen zijn geworden. Het eerste kind Hendrikus Johannes heeft nog geen 4 maanden geleefd. Johanna Maria, die in 1918 werd geboren is nog geen 8 maanden oud geworden en de tweeling die daarna werd geboren zijn 1 en 2 dagen oud geworden. Ze werden pas uitgeschreven in 1920 (toen Antonius Hermanus Gijsbertus, Antoon, werd aangegeven).
Hermina Gijsberta, die Mien werd genoemd en in 1917 werd geboren, is op 24 september 1945 verongelukt in het cafe in Balgoy, door van de keldertrap te vallen toen ze hielp op een bruiloftsfeest.

Trouwboekje van Piet Jans en Hanna Kersten
Na Piet Jans, werd het boerenbedrijf aan de Torenstraat in Balgoy overgenomen door zoon Theodorus Petrus Jans en op dit moment is het bedrijf in handen van diens zoon Frans. Dus na Mill en Escharen boert de familie Jans al weer drie generaties (ruim honderd jaar) in Balgoy.


 

Totaal aantal bezoekers

Piet's Blog: Balgoyse mins v2.4.1

Volg mij per Email