Social Icons

twitterfacebookgoogle pluslinkedinrss feedemail

De kerststal in de Balgoyse Johannes de Doperkerk

Een levendige gemeenschap in Balgoy is volgens mij belangrijk voor het welzijn van de mensen die er wonen. Dat lijkt niet altijd vanzelfsprekend in deze tijd van druk bestaan met werk en activiteiten op afstand van het dorp. Toch blijf ik voorstander van een rijk verenigingsleven en het betrekken van zoveel mogelijk inwoners bij activiteiten, evenementen door het jaar heen. Kerstavond in onze Johannes de Doperkerk is voor mij ook zo'n moment van samen gemeenschap zijn. Gelukkig geldt dat niet alleen voor mij; de kerk zat ook dit jaar weer helemaal vol, jong en oud.
Het kerstkindje wordt in
het kribje gelegd
Theo Willems draagt het
kerstkindje binnen 
De mooie kerststal voor in de kerk is dan een blikvanger. Traditioneel gebouwd en ingericht door Theo Willems, geholpen door Jan Reijnen en door de kerkhofwerkers. Het is ook traditie dat Theo tijdens de viering op kerstavond het kerstkind de kerk binnendraagt en in de kerststal plaatst. Een mooie kerststal met een mooie beeldengroep, die er al is zolang als we ons kunnen herinneren. Hoe lang precies? Dat weten we niet zeker. Komt de beeldengroep nog uit de oude kerk? Sommigen beweren van wel, maar dat lijkt niet waarschijnlijk.
Kerststal zonder kribbe met kerstkind daags voor Kerstmis
De traditie van gipsen beelden stamt uit de tweede helft van de 19e eeuw. Er zijn enorme hoeveelheden gipsen kerstgroepen en beelden gemaakt. Met name in de eerste helft van de twintigste eeuw waren er in Brabant en Limburg veel ateliers waar ze werden gegoten en gepolychromeerd (beschilderd). Maar ook in Amsterdam en Haarlem waren ateliers te vinden. Het lijkt er dus op dat de kerstgroep is aangeschaft in de tijd dat de nieuwe Johannes de Doperkerk aan de Boomsestraat in gebruik werd genomen, in of net na 1914.
Bijeenkomst Pagus Balgoye in 2000
Wim de Mul (l) in diezelfde
bijeenkomst
Typisch een onderwerp, een vraag voor heemkundekring Pagus Balgoye zou je zeggen. Toch was het onderwerp nog niet eerder aan de orde geweest. Tot enkele dagen voor kerstmis oud-inwoner van Balgoy en oud-lid van Pagus Balgoye Wim de Mul aanbelde met de vraag of hij de kerststal in de Balgoyse kerk nog een keertje mocht zien. Wim heeft een speciale interesse in religieuze kunst, met name kruisbeelden, maar in dit geval betrof het dus de kerstgroep in onze kerk. Hijzelf had thuis een kerstgroep die gemaakt was in het atelier van Pietro Mazzotti in Münster en hij meende zich te kunnen herinneren dat ook de kerstgroep in Balgoy van Mazzotti was. 
Natuurlijk wordt je dan nieuwsgierig. Wie was Pietro Mazzotti?
Pietro Mazzotti werd geboren in 1838 in Coreglia in het hertogdom van Lucca in Toscane en emigreerde als 19-jarige in 1857 naar Duitsland. Vanaf 1865 is zijn naam terug te vinden in documenten in het stadsarchief in Münster. Nadat hij burgerrechten verwierf tegen betaling van 18,50 Mark, trouwde hij met Theresa Horsthemke uit Münster, met wie hij vier kinderen kreeg.
visitekaartje van het bedrijf
Gaddini-Mazzotti
In 1873 richtte hij met een Italiaanse partner het bedrijf Gaddini-Mazzotti op, dat vooral gericht was op de reproductie met gips. Werk van Pietro Mazzotti genoot binnen de kortste keren een hoge reputatie. Toch was wat Mazzotti deed ongebruikelijk in zijn tijd, omdat hij beeldhouwer was, "kunstenaar" dus, in de klassieke zin en zijn collega kunstenaars distantieerden zich als professionele groep van zijn werk vanwege de "zielloze volkskunst massaproducten". Vanaf 1906 maakte hij kerstgroepen, die erg gewild waren en nog steeds zijn in een groot deel van Duitsland en ook in zuid en oost Nederland.
merkteken PM op een
van de beeldjes
Samen met Wim naar de kerk dus en naar de kerststal om te kijken of die ook van Pietro Mazzotti is. Wim bekeek de beeldengroep van afstand en was meteen overtuigd dat het inderdaad beelden waren van Mazzotti. Bij nadere inspectie, was er toch ook wel wat twijfel, want de beelden waren deels overschilderd en er waren ook zeker beelden bij, met name een aantal schapen, die met zekerheid niet tot de originele beeldengroep behoorden. Op zoek naar een merkteken, want dan heb je meer zekerheid. En inderdaad op een paar beelden, die ook gelijkenis vertoonden met de beelden van Wim thuis, werd een merkteken gevonden. Op anderen niet, wat volgens Wim niet hoeft te betekenen dat ze niet origineel zijn, want niet alle beelden van een groep werden voorzien van een merkteken. Tevreden naar huis dus, met de nieuwe kennis dat de kerstgroep in onze kerk in het begin van de twintigste eeuw is vervaardigd in Münster en dus naar alle waarschijnlijkheid is aangeschaft voor de nieuwe kerk.
kerstkindje in de kribbe
merkteken GLV op beeldje
van het kerstkind
Toch is het verhaal nog niet volledig, want toen Wim en ik de kerststal bekeken, was er nog geen kribbe in de kerststal. Het kerstkind werd pas in de kerststal geplaatst op kerstavond. En wat schetst mijn verbazing toen ik met kerst het beeldje van het kerstkindje bekeek op zoek naar het merkteken PM? Wel een merkteken, maar niet PM! Het merkteken aan het hoofdeinde van het beeldje vermelde GLV. Dat was een verrassing. Wie of wat was GLV? Op de website van Vrienden van de Kerstgroep is een alfabetisch overzicht te vinden van ca. 375 gegevens over merktekens op gipsen Kerstgroepen. GLV wordt vermeld in deze lijst en is het merkteken van Gerard Linssen die in 1893 een gipsenbeelden fabriek oprichtte in Venlo. Daarvoor was hij werkzaam voor beeldenfabriek Schmitt-Heckler in Keulen. Gerard overleed in 1921. Zijn zoon Martin volgde hem op. Dat werd geen succes. In 1931 verkocht Martin Linssen de zaak aan Jos Heintges (merkteken J.H.V.). Het gipsen kerstkindje uit onze kerststal is dus in Venlo vervaardigd, ook in het begin van de vorige eeuw.
We kunnen concluderen dat we in onze H. Johannes de Doperkerk een mooie kerststal hebben met een gemengde beeldengroep, die we kunnen dateren op het begin van de twintigste eeuw. Met een grote mate van zekerheid kunnen we daarom ook zeggen dat deze beeldengroep niet uit de oude kerk aan de Torenstraat afkomstig is, maar wellicht is aangeschaft voor de huidige kerk aan de Boomsestraat, die ruim honderd jaar geleden gebouwd werd. Natuurlijk zijn in de loop van de jaren sommige beelden voorzien van een nieuw laagje verf. Af een toe zal er ook een beeldje beschadigd, zelfs gesneuveld en vervangen zijn. Daardoor is het een gemengde beeldengroep geworden. Maar wel een hele mooie beeldengroep die al ruim honderd jaar door de Balgoyse mensen met Kerstmis is bewonderd.
Jozef en Maria in de kerststal met het kerstkind in de kribbe
De hele kerststal (foto: Rikie Peters)


Een nieuwe boerderij in Den Holdschen Hoek begin 19e eeuw - nu de residentie van Prins Ruud d'n Urste

Prins Ruud d'n Urste
De carnavalsperiode van 2015-2016, nu prins Ruud d’n Urste als 53e prins heerst over Moasland in ’t Historisch Joar, is voor mij aanleiding voor een terugblik naar de rol van de bewoners van den Holdschen Hoek (1) tijdens de grote bestuurlijke chaos eind 18e en begin 19e eeuw. Prins Ruud, die woont in den Holdschen Hoek op een plek waarvan we weten dat er al eeuwen mensen gewoond en gewerkt hebben, gaat het - weliswaar tijdelijk - voor het zeggen krijgen in Balgoy, dat tijdens de carnavalstijd Moasland heet. Meer dan tweehonderd jaar geleden grepen zijn voorgangers, boeren, burgers dus, op die mooie plek vlakbij het kasteel ook hun kans om het bestuur van Balgoy en Keent over te nemen.

In de periode van 1795, toen de Bataafse Republiek een feit was, tot 1813, toen Nederland van de Franse overheersing werd bevrijd, vonden er op bestuurlijk gebied de nodige veranderingen plaats en de gevolgen van deze elkaar snel opvolgende veranderingen werkten door in een groot deel van Nederland en ook in het gebied waar Balgoy en Keent deel van uitmaakten. Aanvankelijk bestond er bestuurlijk gezien een grote chaos, omdat onder andere de jonkers en schouten gevlucht waren uit angst voor de Fransen. Eind maart 1795 werden er verkiezingen gehouden om de nodige mensen te krijgen voor allerlei functies in het gebied van Maas en Waal. In januari 1798 vond er een staatsgreep plaats en kwam er een nieuwe staatsregeling, waardoor er op het platteland in snel tempo het één en ander veranderde (2). 
Toch was er geen sprake van een revolutie, van een instantane ommekeer. Het ambt van Maas en Waal kreeg weliswaar een nieuw bestuur, de heerlijke rechten werden afgeschaft en de heerlijkheden, waaronder Balgoy en Keent, werden opgeheven en als zelfstandige gemeenten bij het ambt gevoegd, terwijl bijna alle buurmeesters en schouten op de dorpen door nieuwe werden vervangen. Toch bleven de laatste heren van de heerlijkheid Balgoij en Keent, Bernhard Rappard (overleden in 1819) en Conrad Willem Le Mercier van Rappard nog aan de macht en werden zij tevens schout in het schoutambt Balgoy en Keent.
In 1824 overleed Conrad Willem Le Mercier van Rappard, schout van de gemeente en voormalig heer der heerlijkheid Balgoy en Keent; in de raadsvergadering van 1 oktober 1824 verklaarde eerste assessor (tot ca. 1850 de naam voor wethouder) Cornelus van den Anker dat hij tijdelijk de functies van schout zal waarnemen (3). Hoewel niet officieel genoemd in de lijst van burgemeesters op Wikipedia, is Cornelus eigenlijk de eerste "burger" burgemeester van Balgoy. Hij woonde ook in Den Holschen Hoek.
Kadasterkaart (minuutplan) Balgoy sectie A,  blad 01 1811-1832
Op de kadastrale kaart van 1811-1832 zijn drie boerderijen te zien. Het Hold (linksboven) waar in het begin van de 18e eeuw Jacob de Bruijn woonde (op die plek wonen momenteel de families Albert Peters en Eric Rossen), op de hoek woonde Sebilla Loeffen, die de boerderij overnam na het overlijden van vader Francis Loeffen (Nu woont er dhr. Leo Nelissen). In het minuutplan was nog vermeld dat de in 1802 geboren Sebilla alleenstaand was, maar op 12-9-1832 trouwde zij met de arbeider Johannes Lamers, geb. 26-12-1809 uit Overasselt, die later poldersecretaris zou worden. Verder naar rechts woonde de eerder genoemde Cornelus van den Anker. De boerderij staat er niet meer. Nadat de familie Hammen, de laatste bewoners, naar de Torenstraat verhuisde eind 1925 (4), is dit huis vervallen en uiteindelijk afgebroken. In die tijd was de plek waar nu prins Ruud d'n Urste woont nog onbewoond!
Op 1-8-1840 trouwt de arbeider Christiaan van Lunen (geb. 18-7-1803 in Nederasselt) de Balgoyse Maria de Bruijn (geb. 14-5-1814). In de memories van successie na zijn overlijden op 18-4-1870, staat o.a. zijn huis met erf beschreven (5). 
detail uit Memorie van Successie van Christiaan van Lunen na diens overlijden in 1870
In diezelfde memories staat ook geschreven dat Christiaan en Maria hun eigendommen testamentair hebben vastgelegd in 1845. De boerderij waarin zij woonden (Wijk A, nr. 6) volgens het Bevolkingsregister van Balgoy en Keent (6), moet dus in de periode 1840-1845 zijn gebouwd.  Deze gegevens moet ik nog wel controleren in de kadastrale archieven om meer zekerheid te hebben.
Per 7-10-1870, na het overlijden van Christiaan, komen er nieuwe mensen uit Grave in het huis (6). Naaister Gertruida van Heeswijk en een jong gezin, arbeider Mathijs Loeffen uit Balgoy met echtgenote Elisabeth Aussems, die ook naaister is. Gertruida overlijdt op 7-3-1874 en Mathijs en Elisabeth verhuizen in 1876 naar Overasselt. In hetzelfde jaar komt een nieuw echtpaar uit Overasselt in het huis wonen, schoenmaker Mathijs Smits met echtgenote Geertrui Beker. Twee jaar later gaan ze terug naar Overasselt (6).
In de tussentijd groeit het gezin van Johannes Lamers en Sebilla Loeffen op nr. 5.
detail uit het Bevolkingsregister van de gemeente Balgoy en Keent 1860-1923 voor woning Wijk A, nr. 5
Kadaster, grondbelastingplan Balgoy,
1881-1887
Maar op 2-10-1859 overlijdt Sebilla en ik veronderstel dat dat veel impact heeft gehad in het gezin. Waarschijnlijk om het gezin draaiende te houden, trouwt Johannes in april 1865 op 55-jarige leeftijd met de Niftrikse in 1837 geboren Christina Jansen. Er verandert dan veel in huize Lamers. Dochter Regina trouwt tegelijk met haar vader en verhuist naar Wijk A nr. 9 (6). Broers Jacobus en Willem verhuizen mee. Een jaar later trouwt zoon Francis in Velp (NB) met Johanna Jacoba Hendriks uit die plaats. Het jonge stel gaat in Balgoy wonen, niet inwonen op nr. 5, maar er wordt waarschijnlijk woonruimte gemaakt op het erf, want ze gaan wonen op nr. 5a. Daar wordt ook hun eerste kind geboren in 1867, maar er volgen er nog veel meer en als Mathijs Smits en Geertrui Beker van nr. 6 in 1878 verhuizen naar Overasselt, dan gaat het gezin Francis Lamers daar wonen (6).
Francis Lamers verhuist van Wijk A, nr. 5a naar nr. 6 in 1878






Francis en Johanna Jacoba (Koosje) kregen zoals gezegd veel, waarschijnlijk elf, kinderen. Gerardus (Gradje), geb. 25-8-1870 bleef in het ouderlijk huis wonen (7). Francis overlijdt in 1913 en Koosje in 1936. 
Geboorteakte van Gerardus (Gradje) Lamers in 1870
Gradje Lamers
Gradje trouwde met vissersdochter Johanna Maria (Moena) Driessen uit Millingen en zij kregen een dochter Johanna Jacoba (Hanneke) Lamers, geb. 7-6-1923. Hanneke leefde erg op zichzelf, als een soort kluizenaarster. Ze overleed op 22 augustus 2002 (7).

Bidprentje van Hanneke Lamers (2002)
Hanneke (ca. 2000)

De boerderij van Hanneke Lamers rond 2000
Ruud van Haren en Yvon Vugts wonen sinds 2009 in de grondig verbouwde boerderij aan de Houtsestraat in den Holdschen Hoek. Zij runnen er een B&B. Ze zijn gezegend met twee lieve kinderen, Anika en Jasper, die ook al meehelpen in de B&B. Ze zijn nu gesetteld op de boerderij die ze in eigen beheer hebben verbouwd, met veel aandacht voor de oude kenmerken.


Bronnen:
(1) Naam zoals vermeld op de kadasterkaart (Minuutplan), Balgoij, Gelderland, sectie A, blad 01, 1811-1832
(2) Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis: Gemeente Balgoij en Keent
(3) Secretariearchief gemeente Balgoij en Keent, (1776) 1811 - 1923, inv. nr. 1
(4) Bevolkingsregister van de gemeente Overasselt (1924-1931)
(5) Persoon Memorie van Successie, Kantoor Nijmegen, inventarisnummer 111, 1870
(6) Bevolkingsregister van de gemeente Balgoy en Keent (1860-1923)
(7) Geleefd Verleden, Balgoy in de 20e eeuw, Ries van Haren (2014)

Een veerpont tussen Balgoy en Keent 1938 - 1952


Eind jaren dertig van de vorige eeuw werden Balgoy en Keent van elkaar gescheiden door een bochtafsnijding van de Maas.


Voor de inwoners van beide leefgemeenschappen werd door het Ministerie van Waterstaat in 1938 een veerpont in de vaart genomen. Een verzoek vanuit de inwoners van Balgoy, om deze veerdienst gratis te maken, werd afgewezen. Het tarief voor volwassenen bedroeg 4 cent per overtocht. Wel mochten de schoolkinderen uit Keent tot 1940 gratis naar de overkant om naar school te gaan.





De veerpont voer tot eind 1944, vastgehouden aan een ketting tussen Balgoy en Keent, op en neer. Deze ketting zat verbonden aan grote oeverstenen. In de laatste dagen van de tweede wereldoorlog werd het veerpont vernietigd; het opnieuw in de vaart nemen bleek na de oorlog, om met name financiële redenen, niet haalbaar.


Wel werd er een roeiboot ingezet om mensen over te zetten tussen Balgoy en Keent. Deze “Rijksveerdienst” werd in 1952 opgeheven. Het veerhuisje is nog een tijdje blijven staan.

Op zaterdag 5 april 2014 werden twee veerpontsteenbankjes onthuld, vervaardigd met twee originele oeverstenen. De twee bankjes, een in Balgoy en de ander in Keent, vormen tezamen een monument dat de band tussen de beide dorpen, die eens een gemeente vormden, symboliseert.



Feestelijke inzegening van de Mariakapel in Balgoy



In 2014 werd in Balgoy het 100-jarig bestaan gevierd van de "nieuwe" Johannes de Doperkerk op de hoek van de Boomsestraat en Hoeveweg. Bij zo'n jubileum hoort ook een cadeau; de contactraad van de geloofsgemeenschap lanceerde het plan om bij deze gelegenheid een Mariakapel te laten bouwen. Een kapelletje voor, door en van de Balgoyse mensen.













Begin 2015 werd met de bouw begonnen en op zondag 18 oktober werd de nieuwe Mariakapel in Balgoy feestelijk ingezegend. Het is een kapelletje geworden met een prachtig beeld van Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdes. Voorafgaand aan de openingsplechtigheid was er een mooie, inspirerende en drukbezochte Mariaviering in de Johannes de Doperkerk voorgegaan door pastor Aloys van Velthoven en muzikaal opgeluisterd door het Gemengd Zangkoor en Mazing Joy.

In zijn overweging noemde pastor Aloys de spiritualiteit, de geestkracht van Lourdes die heel bijzonder is. Deze spiritualiteit kenmerkt zich door grofweg drie kernpunten:
  1. iedereen mag komen en iedereen is gelijk, 
  2. zorg en liefde voor mensen, 
  3. geen ingewikkelde theologie. 
Het zijn precies deze uitgangspunten die ook de Balgoyse gemeenschap kenmerken en die de ziel gaan worden van de nieuwe Mariakapel. Het is dus een Mariakapel geworden waarin alle Balgoyse mensen zich kunnen herkennen, een plek waar ze kunnen ontmoeten. Natuurlijk is iedereen er welkom, ook de passanten op de fiets op een mooie zomerdag of de Mariavereerders die speciaal naar Balgoy komen om te bidden en een kaarsje op te steken.

Na afloop van de viering in de kerk ging iedereen in processie naar de kapel, muzikaal begeleid door harmonie Kunst en Vriendschap.











Bij de kapel aangekomen werd het Mariabeeld onthuld en de kapel ingezegend. Kinderen mochten daarna als eerste hun, tijdens de nevendienst gemaakte, blauw met witte bloemen bij Maria plaatsen, waarna iedereen de nieuwe kapel mocht bezichtigen en een kaarsje kon aansteken. De plechtigheid eindigde, zoals altijd in Balgoy, met koffie, iets lekkers en een gezellig samenzijn.


 
 

Totaal aantal bezoekers

Piet's Blog: Balgoyse mins v2.4.1

Volg mij per Email